Een bizarder begin van ons Franse avontuur hadden we ons niet kunnen voorstellen. Onze laatste weken in Nederland was er nog niet zoveel aan de hand. Onze oudste zoon zou binnenkort met zijn opleiding  op studiereis gaan naar China maar dat werd geannuleerd wegens een virus daar. Heel jammer, maar gelukkig werd hij niet aan dat gevaar blootgesteld. Een vriendin had ook een reis geboekt naar de Chineze Muur maar boekte hem om naar Egypte. Een paar dagen nadat de jongens carnaval hadden gevierd in Tilburg werd de eerste besmetting in Brabant bekend. Maar hee, een paar zieken, wat kan er gebeuren. Zoals vele anderen waren we er wat luchtig over, en de jongens maakten zich al helemaal nergens druk om. 

Op 11 maart, na afscheidsborrels, diners, vervroegde verjaardagvieringen en weer dozen inpakken, reden wij in onze auto, en een vriend met de laatste verhuisspullen in een busje, richting het zuiden. Het was stil op de wegen. Het was zelfs unheimisch rustig in Parijs; er was net een verbod op bijeenkomsten van meer dan 1000 man afgekondigd. 

Nog geen zes dagen later, we waren net goed en wel uitgepakt, werden de grenzen op slot gegooid en zaten wij uren per dag het Nederlandse nieuws te volgen.  

Het was heel merkwaardig om op zo’n moment het land te verlaten. Het was alsof we op de vlucht geslagen waren. Of op z’n minst alsof ons vertrek in verband stond met de aanstormende pandemie. Maar we hebben weer eens geluk gehad. We hadden eigenlijk pas eind maart hoeven vertrekken, we hadden nog de hele maand beschikking over het Utrechtse appartement, maar de vriend die het busje ging rijden had een zwangere dochter, en die wilde liever eerder. De datum was dus min of meer willekeurig gekozen. 

Onze situatie hier blijkt de ideale lockdown setting. De doorgaande weg is achthonderd meter verderop en het dorp is nog vijf kilometer verder. We kunnen nog steeds lange wandelingen maken al mag dat officieel niet, maar we komen nooit iemand tegen. De zon schijnt meestal, de temperatuur is heerlijk, de natuur bloeit en groeit. De eerste weken zijn we dan ook schaamteloos euforisch geweest. We zijn er, eindelijk. Na drie jaren van plannen maken en spanning over de verkoop van ons huis, alle stappen die we hebben genomen om hier te kunnen wonen, het is eindelijk allemaal achter de rug. 

Geluk voor ons dus, maar het grootste nadeel van onze beslissing om in Frankrijk te gaan wonen werd ons meteen stevig ingewreven: Studenten gingen weer naar hun ouders en dat maakte pijnlijk voelbaar dat onze jongens geen ouderlijk huis meer hebben waar ze makkelijk even heen kunnen. Voor de jongste hebben we een ticket gekocht, die heeft hier twee weken doorgebracht, totdat de grootste schrik weggeëbd was, de verveling toesloeg en hij besefte dat hij toch liever weer naar zijn vrienden in Maastricht ging. Het viel nog niet mee om hem daar weer te krijgen want zijn vlucht werd tot twee keer toe geannuleerd. 

Inmiddels zijn we licht Corona-moe. We volgen het nieuws niet meer zo. We merken er alleen iets van als we boodschappen doen, dan loopt meer dan de helft van de mensen hier met mondkapjes op. En we moeten een verklaring bij ons hebben waarin we aangeven hoe laat we uit huis zijn gegaan en wat we gaan doen (vijf keuzevakjes). Maar we worden daarin ook steeds slordiger, we strepen de data door en krassen wat nieuwe tijden op het papier dat standaard in de auto ligt, want we zijn nog geen enkele keer aangehouden. 

Op 7 april gingen we officieel weer open, maar zoals verwacht zijn alle reserveringen tot ver in de maand mei geannuleerd. De bouw van het zwembad is ook vertraagd, maar nu we toch geen gasten hebben is dat niet zo’n probleem. Als het maar voor de zomer af is, voor als, ALS, alles weer normaal is. Want misschien wordt de “confinement” wel verlengd tot in juni, en wie weet gelden er straks in juli en augustus ook nog beperkende maatregelen. Dat zou dramatisch zijn, voor iedereen, voor de toeristische sector en voor de hele economie. 

Ter afleiding hebben we zelfs de grootste klussen al aangepakt, zoals het bouwen van een overkapping op de parkeerplaats en het installeren van verlichting boven de eettafel buiten. We zijn enorm creatief bezig, want de bouwmarkten zijn hier ook gesloten. Dus de lamp boven de eettafel hebben we gemaakt van oude wijnrekken. Superleuk geworden. De lichtslinger had ik in Nederland al besteld en al het gereedschap, alle spullen die we ooit in ons leven gekocht hebben komen nu ineens dagelijks van pas. De broodbakmachine bijvoorbeeld, die al jaren op zolder stond. En vele items die hier onder de overkapping staan in afwachting van einde lockdown -dan gaat ook de vuilstort weer open- zijn inmiddels alweer gered, want toch wel handig. We hebben zelfs een moestuin aangelegd en kippen voor in het kippenhok gekocht. Als deze situatie nog langer duurt worden we nog per ongeluk zelfvoorzienend, dan hoeven we helemaal nooit meer het terrein af. 

Kortom: buiten de zorgen om het welzijn van familie en vrienden en de wereldeconomie, zijn wij ronduit blij dat we hier zijn. Ruimte te over, natuur alom, zat te doen, en af en toe borreluur met naaste buren of met Nederland via FaceTime, nooit geweten dat dat zo leuk kon zijn! 

En als de grenzen weer open gaan: komt allen! Pech Blanc ligt er in elk geval pico bello bij. 

graag delen!