Voordat we aan ons avontuur begonnen leek alles aan het Franse leven prachtig en heerlijk. Maar toen we dichter bij het moment van verhuizen kwamen en het begin van het seizoen in zicht was, begonnen zich kleine zorgen te ontvouwen. Inmiddels zijn we anderhalve maand hier en kan ik alleen maar constateren dat zelfs die kleine zorgen totaal niet nodig waren. 

 

  1. Mislukte maaltijden. Koken voor grote groepen hadden we nog nooit gedaan. Dat hele koken hoefde voor mij niet, maar Theo leek het juist leuk.  Dus we hebben geoefend met recepten en veel menuutjes samengesteld.  Maar de eerste keer voor wildvreemden koken is gewoon doodeng. Het koken zelf, de borden opmaken, alles netjes op tafel krijgen (de hele binnenplaats over met al die borden), ik vond het dikke stress. Maar het werd na een paar weken zo druk dat we wel vijf keer per week voor tien, veertien gasten stonden te koken: entree, hoofdgerecht, dessert. En het ging steeds best goed. Dus de paniek die ik in den beginne had (hebben we wel genoeg?!), was al snel verdwenen. Een andere zorg was dat er nogal wat mensen met allergieën en intoleranties zijn qua voedsel, en ik zag ons al drie verschillende maaltijden maken om aan alle dieetwensen tegemoet te komen. Maar niemand heeft een eisenlijstje ingediend, een enkeling wilde geen zout of knoflook, maar eten met gasten is tot nu toe gewoon een feest. In alle talen, uit alle windstreken, het blijkt maar weer dat we vooral heel veel gemeen hebben en vooral het beste met elkaar voor hebben. Er zijn geen ovenschotels verbrand, geen taarten mislukt en ook geen soufflés ingestort, want dat risico hebben we gewoon niet genomen. Maar alles vers hè, niks uit een potje. 
  2. Geen internet. Dat is inderdaad een moeizaam traject geweest. Orange beloofde een vaste telefoonlijn, maar die hebben we na maanden van gemaakte en gecancelde afspraken, niet gekregen. De lijnen waren “op”. Dus moeten we af en toe naar het hek lopen voor een beetje 3G, maar gelukkig hebben we een oplossing voor internet: een “flybox”. Niet wat we gewend zijn in Nederland, maar prima. De flybox plukt ergens van zolder het kleine streepje 4G dat we binnenkrijgen uit de lucht en daar bouwen we een wifi netwerk van. Gratis van de Franse staat. Niemand klaagt erover en wij kunnen ermee werken. 
  3. Geen gasten krijgen. Dat is natuurlijk de doodsteek voor elke beginnende onderneming: dat het niet loopt om wat voor reden dan ook. Toen we vetrokken stonden er honderd overnachtingen gepland. Dat was best lekker, niet vol, maar zeker niet leeg. Hadden we tenminste toch ook een beetje vakantie. Maar inmiddels hebben we ons helemaal de tandjes gewerkt want er kwamen nog eens honderd overnachtingen bij sinds we hier zijn en wat we ook niet verwacht hadden was dat er zo veel mensen mee wilden eten. Dus volle bezetting en avonden met twaalf man aan tafel, dat is voor ons al helemaal niet meer gek. We improviseren er op los qua menu want vaste menu’s op vaste avonden werkt dus niet: we hielden veel te veel ingrediënten over die we weg moesten gooien. En soms wil je venkelsoep maken maar heeft de Petit Casino geen venkel. Van die dingen. Of ik wilde mijn befaamde petit gateau’s als dessert op het menu van woensdag maar de woensdag moesten er eerst vier kamers schoongemaakt worden. Dan serveren we dus iets wat minder tijd kost. Het moet wel leuk blijven. 
  4. Vervelende gasten. Die heb ik in Nederland natuurlijk ook weleens gehad. Maar als je er ’s avonds ook nog mee aan tafel gaat dan wordt het wel vermoeiend. Nog geen vervelende gast gezien. Fransen komen hier veel en die zijn voornamelijk netjes, heel beleefd en gewend aan het concept “Chambres d’hotes”: dit is geen hotel met een 24-uurs receptie. Veel Spanjaarden hebben we, leuk!, want mijn Spaans is nog altijd rapper dan mijn Frans. Engelsen, Belgen, Nederlanders, Uruguayanen, Chilenen, Canadezen, allemaal leuk. Veel jonge stellen ook, tot onze verrassing.
  5. Samenwerken. Volgens mij, als je samen zonder veel haperingen drie kinderen hebt grootgebracht dan moet het wel heel gek lopen wil je niet kunnen samenwerken. In dit geval was het wel een beetje wennen omdat ik al jaren een B&B in mijn eentje doe en Theo heel ander werk heeft en zich er nooit mee bemoeide. Maar dat samenwerken gaat uitstekend. Eigenlijk hadden we na een week volle bezetting onze taken verdeeld zonder daar maar een woord aan vuil te maken. Hij de kamers, ik de bedden, hij regelt brood, ik dek de tafels, hij doet de koffie en thee, ik het uitchecken, hij het gras en zwembad, ik de was, hij de klusjes, ik de ontvangst en de communicatie. Pas de problème. En als we elkaar even niet kunnen uitstaan is er genoeg ruimte om elkaar te ontlopen.
  6. Vrije tijd. Hebben we wel tijd om van het Franse leven te genieten? Soms niet, dan moet er veel gebeuren op een dag. Maar ALS we dan een uurtje hebben, dan is het ook gelijk vakantie. Dan liggen we in ons zwembadje of in de zon, we maken een wandeling, een kanotocht of we bezoeken iets waar we de gasten heen sturen maar waar we zelf nooit geweest zijn. De omgeving is zo prachtig en rustig, zelfs in het hoogseizoen, dat je nergens drukte of stress ervaart. Een beetje snoeien in de tuin zien we ook als ontspanning trouwens en niks doen gaat ons niet zo best af. Dat scheelt. 
  7. De honden en de kat. De honden waren hier al vaker geweest en presteerden het om tot twee keer toe een kip van de buren te grazen te nemen. Voor mijn ogen ontplofte een kip in een zwerm veren en zag ik twee honden er wild bovenop springen. Met een hoop gegil en ingrijpen van de buurman wisten we twee keer een kip te redden, maar die honden van ons waren dus niet te vertrouwen. We hebben ze de rest van de tijd aan een lange lijn gelegd, maar die moest steeds verplaatst van zon naar schaduw en van voor-naar achtertuin, naar binnenplaats. Ze willen ons het liefst overal achterna namelijk en als dat niet kan gaan ze blaffen. De situatie nu: Een muilkorf heb ik een uurtje aangekeken maar het zag er te zielig uit. De lijnen om ze vast te leggen waren na een paar dagen overbodig. De GPS trackers  die ze om hun halsband dragen zijn twee keer heel nuttig geweest toen ze vertrokken waren zonder te zeggen waarheen. We konden ze zo weer oppikken een paar kilometer verderop. Maar inmiddels zijn het de allerbeste erf- en waakhonden. Ze waarschuwen als er nieuwe gasten aankomen. De kippen en de katten van de buren hebben zich nooit meer laten zien. 
  8. De kat is een heel ander verhaal. Die is in zijn tien jaren nog nooit in een andere omgeving geweest dan in ons huis met tuintje in Oud-Zuilen en je leest weleens verhalen dat een kat tweeduizend kilometer terug loopt naar zijn oude adres om daar vermagerd, gehavend en verwilderd na maanden aan te komen. Bovendien was Sok alleen in een auto geweest voor een zeldzaam ritje naar de dierenarts, vijf minuten van huis. Gelukkig is Sok vrij relaxed. Hij mauwde wat tot we de grens over waren. Toen hebben we de deur van zijn hokje open gemaakt en toen kwam hij heel voorzichtig in de auto rondlopen. Hij zag Parijs en een uurtje later lag hij tevreden tussen de honden op de achterbank. Eenmaal hier is het de gelukkigste kat op aarde. Nul stress, nul verkeer, een zee aan ruimte en altijd brokjes. 

 

Conclusie van dit alles: ja, het leven is fijn onder de Franse zon. Het werk is leuk, de tent draait lekker, het had geen betere start kunnen zijn. Alors on continue! A bientôt!

 

graag delen!