De Kwinkwallerie

De Kwinkwallerie

Wij hebben in ons nieuwe dorp, Limogne-en-Quercy, een winkeltje waar ik nu al helemaal weg van ben: de quincaillerie. Door mij steevast uitgesproken als de kwinkwallerie, want ik vind het een lastig woord. Het is officieel een ijzerwarenhandel maar deze is meer een gouden combinatie van een Blokker, een Gamma, Dille en Kamille en een Etos in één en dat op nog geen vijftig vierkante meter. Elk hoekje wordt benut en er is werkelijk niets wat je er niet kan krijgen, want als het er niet ligt dan bestelt ze het.  De dame die de boel bestiert staat er altijd in haar eentje en is werkelijk alleraardigst. Ze weet inmiddels precies wie we zijn, waar we mee bezig zijn en hoe lang we elke keer blijven. Ze is een redder, want we hebben al veel spulletjes bij haar gevonden waar we lang naar zochten. Bovendien snapt ze ons altijd, al duurt het een aantal volzinnen om een bepaald product te omschrijven. 

 

Waar koop je bijvoorbeeld zo’n rekje waar je je wijnglazen ondersteboven in hangt, die je altijd in café’s ziet? We wilden er eentje voor in de servieskast. De hele Leroy Merlin, Ikea, But en LeClerc afgestroopt, kilometers winkeloppervlak dus, en nergens te vinden. We vroegen het terloops aan haar, “une chose pour mettre les verres de vin dans un armoire” en ze begreep het direct en hij hing zowat binnen handbereik. Klaar om door ons gekocht te worden. Ze bestelde er meteen nog eentje bij, zodat we die de volgende keer op konden komen halen, want wij zijn van plan vele glazen wijn te schenken. De bijbehorende schroeven, pluggen en boutjes koop je bij haar per stuk en als het niet past kun je het gerust even komen ruilen want ze onthoudt alles. En passant koop je er onderzettertjes, lavendelzakjes, een zaklamp met de juiste batterijen, een strijkbout en nou vooruit, doe die bezem er ook maar bij, en een mand. De keer erop, zeker twee maanden later, begon ze meteen het wijnglazenrekje van het plafond te schroeven, nog voordat ik “bonjour” had gezegd. 

 

Vorige week was ik op zoek naar een perforator. Alle Franse dossiers, rekeningen en contracten moesten maar eens netjes in een map. De map had ik inmiddels maar onze perforator lag uiteraard nog in Nederland, zoals eigenlijk alles nog in Nederland ligt en we dus straks met allemaal dubbele spullen zitten. Ik wilde meteen naar mijn winkeltje, maar bedacht dat ik de papeterie nog nooit van binnen had gezien, en het leek me een logischer plek. Nou, die man heeft het nu al verbruid. Hij had geen perforator. Hij kwam niet eens uit zijn stoel vandaan. Hij had “toujours des perforateurs”, maar vandaag niet. Raar. Dan Sylvie van de quincaillerie. Zij had er ook geen een, maar ze wees me naar een winkel die hem waarschijnlijk wel verkocht. Ze liep mee naar buiten, legde geduldig uit welke kant ik op moest, daar bij de duiventil rechts omhoog, en dan… ach weet je wat, ik bel ze wel even. “Coucou, hier Sylvie, heb jij een perforator?” Nee, hij had hem ook niet, maar het had me toch weer een wandeling bespaard. Vervolgens pakte ze haar eigen perforator en stelde voor dat ik die even leende. Dat was nou ook weer niet nodig maar dat is toch té aardig? Later die dag kwam ik in de grotere stad bij toeval in een kantoorboekhandel waar ik een echte Leitz perforator vond. 

 

En zo is eigenlijk heel Limogne-en-Quercy het perfecte dorp op nog geen vijf kilometer afstand. We komen er nu pas achter dat dat van grote waarde is. Er zijn twee supermarktjes met een “depôt de pain”, een garage, de bank, twee kappers, een slager, een bakker, een traiteur, een pizzeria, een papierwinkeltje dus, het postkantoor, een bloemenzaak, een marktplein, een medische post, een bar met een terras en een tuincentrum. Je kunt er zelfs bij de Proxi hele koel-vriescombinaties, stofzuigers en gasfornuizen kopen en dan krijg je er nog een chocolaatje en een leuke pen bij cadeau ook. Aan prijsvergelijking doen we maar even niet, dat zou wellicht de pret bederven. Rond Kerst schalt er kerstmuziek uit de speakers op straat. En op vrijdag in de winter is er truffelmarkt op het pleintje. Maar de kwinkwallerie blijft de topper. 

PS: De volgende keer dat ik er ben maak ik een foto van mijn winkel, want deze foto is behalve slecht niet eens MIJN kwinkallerie. 

 

Formulieren, dossiers, kasten en muren

Formulieren, dossiers, kasten en muren

Frankrijk is helemaal niet zo’n achterlijk land hoor. We waren een beetje bang dat we alles met de hand moesten doen, dat we opnieuw moesten leren schrijven en dat je voor elk wissewasje naar een stad moest om dingen persoonlijk te regelen, maar dat valt reuze mee.

Bij de notaris in ons dorp hebben we zelfs digitaal het koopcontract getekend. Het duurde even voor de boel geïnstalleerd was, maar dat scheelde toch een stuk of vijftig parafen en handtekeningen. 

 

Het overzetten van gas en elektra was ook zo gepiept, telefonisch. Gelukkig had ik assistentie van de oude eigenaar want ik heb al telefoon-angst, als dat ook nog in het Frans moet sla ik lichtelijk op tilt. Het kon trouwens ook allemaal via internet. Elk bedrijf heeft er zijn “Espace client’ met de bijbehorende verschrikking van gebruikersnamen en wachtwoorden. Ik heb er een stuk of dertig bij inmiddels. We hadden alleen nog geen internet, maar met een hotspot en 3G op ons mobieltje lukte dat redelijk. 

 

Wat ons wel opvalt: Fransen zijn dol op grote formulieren met een heleboel verschillende lettertypen en kleuren en aankruisvakken en invulruimtes. Formulieren die je eerst een aantal keren door moet spitten om de logica van die hysterische typografie te doorgronden. Ze houden ook van dubbele invoer; dus én digitaal én ouderwets met de hand. Of gewoon dubbel digitaal omdat ze iets niet ontvangen hebben. Dit was aan de hand bij de inschrijving voor Gites de France, de inschrijving voor de cursus Chambres d’hotes-houder, de inschrijving voor de Kamer van Koophandel, de aanvraag voor water, en nog zo wat dingen die ik verdrongen heb.

 

Wat ons ook opvalt: Fransen houden van dossiers. Ons gemeentehuis is een piepklein lokaaltje met een groot bureau met stapels papieren en een kopieerapparaat. Twee keer per week is het open. Toen we de aanvraag voor het zwembad indienden werden we gewaarschuwd dat dit toch wel een erg summier dossiertje was. We moesten er toch wat meer informatie bij doen. Je moet dus exact weten wat voor zwembad je wilt laten bouwen, voordat je een aanvraag doet. De afmetingen, de diepte, de locatie, de kleur, de manier van beveiliging, alles, alles. Toen we Google Earth foto’s hadden uitgeprint en kadastrale tekeningen, schetsen hadden gemaakt van boven- en zij-aanzicht, pagina’s uit een brochure geknipt en een uitgebreide omschrijving hadden geformuleerd, toen was men content op de “Mairie”. Dat was pas een dossier. Daar houden ze van.

 

En nu blijkt toch: Fransen houden van handgeschreven papieren. Het regelen van een nieuwe septic tank moest ook worden voorafgegaan door een aanvraag bij de Mairie. Eigenlijk moet je voor alles eerst even langs de Mairie. Onze buurman, de oude eigenaar, stapt daarvoor in de auto. Wij kunnen dat meestal niet, omdat we vooralsnog 11 uur verderop wonen, maar we vinden het sowieso makkelijker via een website. Die werkt helaas niet. Maar mailen kon wel en in mailen ben ik keigoed geworden. Net even langer de tijd om een woord op te zoeken en een zin te construeren en hoppa, verzenden en op naar de volgende klus. Maar daar houden ze bij de Mairie niet van. De aanvraag voor de septic tank kon niet op deze manier (een prachtige PDF) ingeleverd worden. Dat moest per post, of even langs brengen. Het moest wel het “originele” dossier zijn. Ik snap het verschil niet tussen een op de computer bewerkt formulier en eentje die met de hand is ingevuld. Maar ik heb natuurlijk braaf weer alles opnieuw gedaan, postzegels gehaald en de brief gepost. 

 

Wat ons tevens opvalt: Fransen houden van kastjes en muurtjes. De volgende uitdaging is namelijk het verkrijgen van telefoon en internet. We wonen in een gehucht met vier huizen en wij zijn “erbij gekomen” want de oude eigenaar heeft een huis betrokken naast ons dat eerst niet bewoond was. Gevolg is dat wij superblij uit de boutique in Toulouse van Orange (de Franse KPN) kwamen met een Livebox voor telefoon en internet en een aantal data met afspraken voor een monteur. Maar de afspraken werden één voor één per SMS geannuleerd zonder opgaaf van reden. Volgens een mannetje, dat tijdens onze afwezigheid het één en ander nagelopen heeft, zijn de lijnen “op”. Ik hoef niet zo nodig een vaste telefoon, maar zonder lijn geen internet, zonder internet geen Wifi en zonder Wifi geen gasten, ben ik bang. 

 

Ik heb dus net, heel laf, de Engelse customer service van Orange gebeld, en twee van de drie personen daar zeggen dat we vanaf 25 april nieuwe afspraken kunnen maken want dan is er “iets gefixt”. Het zal mij benieuwen, want buurman is zeker drie maanden van elke connectie met de buitenwereld verstoken geweest dankzij de mannetjes van Orange. 

 

We kunnen het natuurlijk ook juist op die manier in de markt zetten: “Wifi-loos deconnecten van het drukke leven, dat kan bij Pech Blanc”. Voorlopig lukt dat prima met een simpel hot-spotje in de rechterhelft van het huis. De linkerhelft heeft namelijk helemaal geen ontvangst. We gaan het meemaken. Formuliertjes, dossiers, kasten en muren, het komt eigenlijk overal voor en het moet nu toch bijna klaar zijn.

 

 

Geen kijkcijferhit

Geen kijkcijferhit

Nu we onze plannen zo her en der bekendmaken reageren veel mensen met de opmerking “Oh, dan komen jullie zeker ook in “Ik Vertrek!” Daarop roep ik steevast dat wij waarschijnlijk niet interessant genoeg zijn, want we zijn prima voorbereid, we spreken de taal en bovendien gaan we geen bouwval kopen. Leed wil men zien in “Ik Vertrek”. Leed van niet te halen deadlines, van gasten die al op de stoep staan als de wc’s nog niet eens zijn geïnstalleerd, van lekkages, bureaucratie, echtelijke ruzie’s en bange kinderen, hoewel ik dat laatste altijd echt zielig vind. Een aflevering zonder leed is geen kijkcijferhit. En als het leed niet direct te vinden is dan wordt het wel gefingeerd in de montage en de voice-over. Maar wij gaan er dus van uit dat alles van een leien dakje gaat als wij vertrekken.

Wellicht vertoont het huis dat we kopen toch boktorren, kapotte septic tanks en verrotte fundering, of is de aanleg van een zwembad helemaal niet in een handomdraai klaar. Maar vooralsnog zie ik daar geen beren op de weg.

Wellicht dat er ergernis ontstaat doordat je in Frankrijk niet alles online kunt regelen en men zich minder goed aan afspraken schijnt te houden. Geduld heb ik niet, inefficiëntie irriteert ons mateloos, en onbetrouwbaarheid trekken we erg slecht. Maar we worden daar waarschijnlijk zo ontspannen dat niks ons meer deert.

Wellicht wordt onze table d’hôtes wel een désastre, want we kunnen allebei best eten klaarmaken, maar van gastronomie is weinig sprake en koken voor groepen, daar hebben we helemaal geen ervaring mee. Maar à la, aan een BBQ kun je weinig verpesten en is wel zo gezellig toch?

Wellicht dat we gierende ruzies krijgen omdat we niet gewend zijn elke dag op elkaars lip te zitten. En omdat Theo denkt dat dit leuk werk is, maar dat bedden en kamers verschonen niet zo super interessant is. En dat ik gestresst ben omdat mijn B&B’tje hier een leuke bijverdienste is, maar daar ineens het hoofdinkomen moet genereren. Maar ik denk dat we ons wel zullen inhouden als er camera’s draaien.

Waar ik banger voor ben is het onderhoud van drie hectare grond. Zonder tractor met maaier ben je goed de klos en onze kennis van tuinonderhoud is in feite nihil. We doen maar wat en meestal te laat. Er is bij ons eigenlijk geen sprake van onderhoud. Het is meer in paniek de boel proberen in te tomen. Ons huis hier vinden we perfect omdat we een prachtig en ver groen uitzicht hebben, maar de tuin is in verhouding niet zo groot. Toch kost het ons nu al heel veel moeite en ergernis om de boel een beetje toonbaar te krijgen. Willen we eindelijk eens een keer aan de waterkant van de zon genieten, dan valt ons oog op hele strengen onkruid die zich door de hortensia’s gekronkeld hebben. Onkruid, ik word daar doodmoe van. Tevens van bladluizen die in de heg nestelen zodra er blaadjes in komen, schimmels die zich in de buxus vreten, slakken die planten kaal knagen, pruimenbomen die geen pruimen leveren, kersenbomen waarin ik te laat, en dus slechts verpieterde, kersen ontdek en ga zo maar door. Ik dacht altijd dat planten alleen water en zon nodig hadden, maar een flinke dosis chemicaliën is ook best nuttig. En snoeien! Dat moet ook! En elke plant moet op een andere manier gesnoeid anders gaat alles mis. Anders wordt -ie onvruchtbaar, of ziek, of lelijk of zoiets. Kortom, een tuin dwingt je tot actie, actie met grote regelmaat.

Het kan dus zijn dat de redactie van “Ik Vertrek” hilarische taferelen verwacht in ons Franse oerwoud, waar Theo een stroeve maaitractor in een greppel parkeert en waar ik zonder enig systeem noch kennis van zaken een moestuin probeer aan te leggen. Maar ik denk persoonlijk dat het te weinig spektakel oplevert. Te weinig leed vooral. Luxeproblemen, dat wel, maar die zijn saai, zeker geen kijkcijferhit.

PS: Zoiets als dit wordt het denk ik, Koefnoen: https://youtu.be/Da9Qa-LnAAA